Project omschrijving

Beste lastig dat uitrekenen

Kun je net wel of net niet onder de brug door? Volgens de Wateralmanak en de waterkaart zou je voldoende ruimte moeten hebben om onder de brug door te kunnen varen. Een handig hulpmiddel is; als je vanaf het hoogste punt van je sloep of tender de hele onderkant van de brug kan zien, pas je onder de brug door. Maar in de praktijk blijk je soms toch minder ruimte te hebben. Hoe kan dit?
Ook even denken aan de vaarregels bij het naderen van een brug. Als je een beweegbare brug nadert, moet je snelheid verminderen en mag je geen andere boten inhalen.

Heb je vragen aan onze expert?
Mail naar redactie@daemesenheeren.nl

Op waterkaarten staan (onder andere) brughoogten aangegeven. In de Wateralmanak staan nog veel meer gegevens over vaargebieden, bedieningstijden van bruggen en sluizen, haveninformatie etc. vermeld.

Zowel op de waterkaart als in de Almanak staan gegevens over waterstanden in normale situaties. De onzekere factor is dat waterstanden kunnen veranderen. Heeft het flink geregend, is de waterstand hoger. Is het een tijd een droge periode geweest, is de waterstand lager. (Juist dan moet je weer opletten met de waterdiepte).

Om te berekenen of je wel of niet onder de brug door kunt varen, moet je de waterstand op dat moment weten. Op de site van Rijkswaterstaat staan de actuele waterstanden van de grote wateren per dag en per uur vermeld. Staat jouw vaarwater er niet bij, dan moet je het doen met jouw berekening ter plaatse.

Hoe bereken je de onderdoorvaart? Voorbeeld:

  • In de Almanak staat vermeld bij kanaal X, Kanaalpeil is NAP – 2 dm.
  • De brughoogte is KP + 20 dm.
  • Je weet dat je schip 18 dm. hoog is. Als je aan komt varen en je ziet op de peilschaal dat de waterstand inderdaad op NAP -2 dm. staat, dan klopt de waterstand. De brughoogte van 20 dm (2 meter) klopt ook precies. Je hebt dan 2 dm (20 centimeter) speling.
  • Als je op de dezelfde peilschaal ziet dat de waterstand op NAP + 1 dm staat, dan betekent dit dat de waterstand met 3 dm. is gestegen.
  • De brughoogte is dan geen 20 dm, maar slechts 17 dm. Dat betekent dat je niet onder de brug door kunt varen.

Handig zijn om te weten:

NAP = Normaal Amsterdams Peil. Dit peil is de gemiddelde waterstand tussen eb en vloed over heel Nederland genomen. Kanaalpeilen worden altijd vermeld ten opzichte van het NAP.

KP = kanaalpeil. Dit is de waterstand van een bepaald kanaal onder normale omstandigheden. Als in de Almanak staat KP = NAP – 2 dm is, dan betekent dit dat de waterstand van dat betreffende kanaal 2 decimeter onder het NAP hoort te staan.
Brughoogten worden gegeven ten opzichte van het kanaalpeil (KP)

Peilschaal = een blauw bord met witte strepen waarop de waterstand ten opzichte van het NAP af is te lezen. Deze peilschaal staat regelmatig in of langs het water.

Terug naar overzicht

Meer praktische informatie